
18 mei 2010 - 00:26
Kirk Jones levert met Everybody’s Fine dik 5 jaar na zijn Nanny PcPhee opnieuw een familiefilm af. Zij het wel eentje met een iets somberder thematiek, maar o zo herkenbaar.
Robert De Niro speelt een weduwnaar die het acht maanden na de dood van zijn vrouw zichtbaar moeilijk heeft met de eenzaamheid. Wanneer zijn 4 kinderen ook nog eens stuk voor stuk afbellen voor de familiereünie waar hij zo naar uitkijkt, lijkt hij de moed helemaal te verliezen. Tegen het advies van zijn dokter in besluit hij hen alle vier onaangekondigd te gaan bezoeken. Geen sinecure als je weet dat ze zowat allen in een andere uithoek van de VS wonen.
Naast De Niro wist Jones ook onder andere de ravisante Drew Barrymore en Kate Backinsale te strikken. Noem het dus gerust een film met een sterrencast om u tegen te zeggen.
De Niro vertolkt een herkenbare vaderfiguur. Eentje van ’t soort die met ijzeren hand zijn kinderen wist te kweken tot goede zielen die perfect (?) meedraaien in de maatschappij. Eentje van ’t soort die pas gerust ging slapen als alle kids na een fuif veilig in bed lagen. Eentje van ’t soort die de punten op ’t rapport belangrijker vond dan een positieve opmerking over hun positieve bijdrage aan de maatschappij. Maar ook eentje van ’t soort dat je liever niets persoonlijk toevertrouwt, daarvoor gaat men liever naar mama. Want mama was eentje van ’t soort die punten op ’t rapport ondergeschikt vond aan de gelukzaligheid die haar kinderen uitstraalden wanneer zij met een nieuw lief naar huis kwamen. Mama was eentje van ’t soort waarmee de kids uren aan de telefoon konden hangen om uiteindelijk weinig aan elkaar verteld te hebben.
Herkenbaar toch? En net die herkenbaarheid maakt van Everybody’s Fine een mooie, oprechte film zonder meer. Eentje waardoor je spontaan terug met plezier ingaat op de uitnodiging van je ouders om in ’t weekend nog eens langs te gaan bij hen. Bij deze: pa, wanneer eten we nog eens coq au vin?
Score: ****
STTE







